boekbespreking: Hawai‘i’s Ferns and Fern Allies
W. de Winter
Palmer, D.D., 2003. Hawai'i's Ferns and Fern Allies. University of Hawai'i Press, Honolulu; ix/234 pp.
De Hawaii-archipel is een subtropische eilandengroep die op 20° NB voor de kust van Mexico ver in de Stille Oceaan bevindt. De zes grote en vele kleinere eilanden beslaan een totale landoppervlakte van meer dan 16000 km2 (40% van Nederland). De varenflora telt ca. 200 soorten, vergelijkbaar met Nieuw-Zeeland, maar dan in een acht keer zo klein gebied. Het mag daarom verbazing wekken dat varenliteratuur over dit gebied tot voorkort nauwelijks beschikbaar was. Het laatste (destijds) volledige overzicht, een vierdelige serie van W.J. Robinson in het Torrey’s Bulletin, dateert inmiddels alweer van zo’n 90 jaar geleden en geldt als sterk verouderd. Het populaire boekje van Valier uit 1995 bevat weliswaar leuke achtergrondinformatie over varens in de Hawaiiaanse cultuur, maar zij behandelt slechts 61 soorten waarvan de beschrijvingen dermate beknopt zijn dat er niet serieus mee valt te determineren. Het onlangs verschenen boek van Daniel Palmer is derhalve een warm welkom ten deel gevallen.
Hawai‘i’s Ferns and Fern Allies behandelt alle varens, mosvarens en wolfsklauwen die uit het wild op Hawaii bekend zijn. Ook de vele (33) geïntroduceerde soorten zijn opgenomen en zelfs 5 soorten die vermoedelijk al zijn uitgestorven. Het boek is geen wetenschappelijke flora, maar mikt op een ‘general audience’ om varens op naam te brengen. Van iedere soort wordt een enigszins beknopte beschrijving gegeven die, tezamen met ecologische en geografische informatie, typisch iets van een derde tot een halve pagina tekst beslaat. In de beschrijving zijn de belangrijkste kenmerken vetgedrukt en aan het slot worden nog eens nadrukkelijk de onderscheidende veldkenmerken toegevoegd. Elke beschrijving is verrijkt met vaak meerdere illustraties. De illustraties bestaan voor het overgrote deel uit pentekeningen van zeer goede kwaliteit van de hand van Anna C. Stone en zijn speciaal voor dit boek vervaardigd. Daarnaast zijn vele gefotokopieerde bladsilhouettten opgenoemen. In een klein aantal gevallen zijn te dikke delen gekopieerd waardoor de afbeelding te grijs wordt of de afbeeldingen iets te sterk verkleind.
Het boek volgt dezelfde indeling als we van de Ferns of Britain and Ireland kennen: eerst de varengenera op alfabetische volgorde en dan de wolfsklauwen, Psilotums en mosvarens. Dit is een indeling die zowel toe te juichen is (er is nog lang geen concensus over de familie-indeling bij de varens) als op af te dingen (er zijn nog zovel synoniemen gangbaar dat je vaak niet weet waar je in het alfabet moet zoeken en verwante genera staan niet bij elkaar). In een appendix zijn familiebeschrijvingen wel opgenomen met per familie een sleutel tot de genera. Ieder genus op zijn beurt bevat een sleutel tot de soorten. De familie-indeling komt min of meer overeen met die in Kramer, zij het dat de Athyricaea tot aparte familie verheven zijn. De keuze voor het vergaand opsplitsen van de Hymenophyllaceae in de Copeland-genera mag vandaag de dag op z’n minst opmerkelijk heten.
Een erg sterk punt is de grafische termenlijst. De auteur betuigt zich weliswaar schatplichtig aan Lellinger die het idee al eerder introduceerde, maar heeft het concept op een kwalitatief veel hoger niveau gebracht. Ik ben wel erg benieuwd of iemand die nieuw staat tegenover deze termen uit de afbeeldingen geheel zonder verklarende tekst de essentiële verschilpunten zal weten te extraheren.
Daniel Palmer is een dermatoloog in ruste en varens zijn zijn liefhebberij. Hawai‘i’s Ferns and Fern Allies kan zich echter uitstekend meten met verschillende varenflora’s van professionele botanici. Het is een uitdagend idee dat amateurs tot zulke prestaties in staat zijn. Hawai‘i’s Ferns is een fraai gebonden boek. De schrijfstijl doet soms nogal stijf aan, maar een werk als dit schaf je nu eenmaal niet aan om zijn poëtische waarde. Van zijn bruikbaarheid in het veld heb ik echter grote verwachtingen. Honolulu, here I come!