Een artikel uit Varen Varia no.2 van 2001

The role of Bracken (Pteridium aquilinum) in forest dynamics.

Bespreking door: Piet Bremer

Jan den Ouden. 2000. Dissertatie. Landbouwuniversiteit Wageningen.

Het gebeurt niet zo vaak dat aan een Nederlandse Universiteit een proefschrift wordt verdedigd over een varensoort of een groep varens- En wanneer dit al gebeurt betreft het vaak een taxonomische studie. Het is dan ook bijzonder dat vorig jaar proefschrift verscheen betreffende de ecologie van de Adelaarsvaren.

De Adelaarsvaren mag met recht de best onderzochte varensoort ter wereld worden genoemd, vooral dankzij het probleem dat de Britten met deze soort ondervinden vanwege de sterke dominantie op heidevelden. Het proefschrift gaat in op twee hoofdvragen welke mechanismen stellen de Adelaarsvaren in staat om de vegetatie volledig te domineren (en bosverjonging te verhinderen) en welke factoren bepalen de verspreiding en lokale dominantie in bossen.

Deze twee vragen worden verder uitgewerkt aan onderzoek aan de productiviteit van de varen en de dynamiek van de soort in het Speulderbos, de boven- en ondergrondse concurrentie, de effecten van strooisel en bosverjonging, allelopathie en de betekenis van muizen voor bosverjonging in Adelaarsvaren-vegetaties.

Voor de productiviteit is licht erg belangrijk. Voor het onderzoek in het Speulderbos werden drie karteringen met de verspreiding van de soort vergeleken. Uit het onderzoek bleek de sterke binding aan het bosmilieu.

Ook licht speelt een belangrijke rol. In lichte bossen (Den, Lariks e.d.) kan de soort zich goed handhaven; onder Douglasspar en Beuk daarentegen wordt de groei sterk belemmerd, omdat het te donker is. Een 'aardige' ontdekking is dat de soort zich ook kan hervestigen vanuit 'slapende' rhizomen; stukken wortelstok die jaren geen blad produceren totdat de omstandigheden wel gunstig zijn.

Wat de concurrentie batreft werd ontdekt dat jonge bomen in vegetaties met Adelaarsvaren geen nadeel ondervonden van de wortels van de varen. Bovengronds onderdrukt het blad (licht-interceptie) de vestiging van veel plantensoorten. Omdat de Adelaarsvaren laat in het voorjaar uitloopt zijn er diverse voorjaarsbloeiers die goed met de soort kunnen samenleven.

De soort produceert jaarlijks veel slecht afbreekbaar strooisel. Nader onderzoek richtte zich op de horizontale gelaagdheid van deeltjes in de ecto-organische laag waaruit bleek dat verstoring van deze gelaagdheid gunstig is voor de vestiging van zaailingen van bomen.

Allelopathie is het verschijnsel dat een soort een bepaalde giftige stof afgeeft in het wortelmilieu, waardoor andere soorten zich niet kunnen vestigen. In de studie werd geen enkel effect gevonden van bodemvocht uit het wortelmilieu op kieming en wortelvorming van de Grove den, Fijnspar en Rankende helmbloem. Kieming van bomen onder Adelaarsvaren wordt door een dikke ecto-organische laag bemoeilijkt. Deze laag biedt tevens veel dekking aan muizen. Deze muizen zorgen er tevens voor dat veel zaden en gekiemde bomen worden opgegeten. Voor een ieder met interesse in varens en ecologie is het goed verzorgde proefschrift een 'must'. Ik heb het via een Zwolse boekhandel besteld bij de Landbouwuniversiteit en behoefde niet meer dan tien gulden te betalen